Een ogenblik geduld a.u.b.

CIJFER VAN DE WEEK // Hoe zit het met schoolse vertraging in het secundair onderwijs?

door Koen Snyers

Het percentage leerlingen in het gewoon secundair onderwijs met minstens twee jaar schoolse vertraging evolueerde de voorbije jaren in dalende lijn. Wat leren de meest recente cijfers over de situatie in de Limburgse gemeenten?

14 januari 2021

Iets minder schoolse vertraging bij Limburgse leerlingen dan bij hun Vlaamse leeftijdsgenoten

Om minstens twee jaar schoolse vertraging in het secundair onderwijs in kaart te brengen, kijken we naar de leerlingen die in het leerjaar waarin ze tijdens een bepaald schooljaar zitten, minstens twee jaar achterop zitten ten opzichte van het leerjaar waarin ze volgens hun geboortejaar horen te zitten. Schoolse vertraging is alleen in kaart te brengen in het gewoon voltijds secundair onderwijs, bovendien niet voor de leerlingen die methode-onderwijs volgen. Daarom kijken we dus naar het aantal leerlingen (naar woonplaats) met minstens twee jaar schoolse vertraging, als percentage t.o.v. het aantal leerlingen in het gewoon voltijds secundair onderwijs (uitgezonderd de leerlingen die methode-onderwijs volgen).

Tussen 2010 en 2019 evolueerde het percentage leerlingen gewoon secundair onderwijs met minstens twee jaar schoolse vertraging in Limburg van 6,0% naar 4,4%. Voor heel Vlaanderen ligt dat percentage in alle gemeten jaren hoger, maar ook daar zien we een dalende trend (van 6,3% naar 4,6%).

Binnen Vlaanderen bekleedt Limburg (4,4%) in 2019 de derde plaats wat het percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging in het gewoon secundair onderwijs aangaat. Antwerpen (5,5%) en Oost-Vlaanderen (4,7%) scoren hoger dan Limburg.

Zeven gemeenten springen erbovenuit, Genk op kop

In 2019 springen zeven gemeenten erbovenuit. In Genk (7,8%) is het percentage leerlingen gewoon secundair onderwijs met minstens twee jaar schoolse vertraging veel groter dan in heel Limburg. In Maasmechelen (6,1%), Hasselt (5,9%), Lanaken (5,7%), Tongeren (5,7%), Houthalen-Helchteren (5,4%) en Leopoldsburg (5,3%) ligt het percentage hoger dan gemiddeld voor de hele provincie.

Gemeenten met een veel lager percentage dan gemiddeld zijn Kinrooi (1,7%), Nieuwerkerken (1,7%) en Tessenderlo (1,9%).

Check het cijfer van de week in de databank